Bij korfbal heb je twee vakken.
Het aanvalsvak en het verdedigingsvak.
In elk vak staan vier spelers van 1 partij (2 dames en 2 heren).
Je moet in je eigen vak blijven.
Als je in de verdediging de bal onderschept moet de bal eerst naar het aanvalsvak.
De aanvoerder van de thuisclub kiest in welk vak ze gaan aanvallen.
In de tweede helft worden de vakken omgewisseld.
1 speelhelft duurt 25 minuten.
Een korfbalpaal is voor de senioren 3 meter en 50 centimeter.
Iedereen heeft zijn eigen tegenstander.

Een manier om een doelpunt te stoppen is verdedigen.
Verdedigen is je hand omhoog steken vlak bij je tegenstander.
Je moet dan wel tussen je tegenstander en de korf staan.
Als je van achteren probeert te verdedigen en je hindert je tegenstander dan krijgt de tegenstander een strafworp.
Een strafworp is een vrij schot van 2,5 meter van de korf.
Een strafworp is in een wedstrijd van senioren bijna altijd raak.

Je mag niet lopen met de bal.
Er mag wel een voet verzet worden maar dan moet de andere voet blijven staan.
Buiten de lijnen is of de bal rolt het veld uit of een speler houdt de bal vast en staat buiten het veld (dit geldt ook als je op de lijn staat).
Verder mag je niet met je voeten de bal aanraken.
Heren mogen geen dames verdedigen.

Er zijn nog veel meer regels.
Maar dit zijn de belangrijkste.

Bron:www.telepabo.nl